Het RWI Najaarscongres 2010 'Krachtig uit de crisis' stond op 10 november in het teken van de economische crisis. Onder leiding van dagvoorzitter Astrid Feiter gaven onder meer wetenschappers en vertegenwoordigers van sociale partners en gemeenten hun kijk op zowel de effecten van de crisis, als mogelijkheden voor een duurzaam en evenwichtig herstel.
Arbeidsmarktenquête RWI-voorzitter Pieter Jan Biesheuvel vindt dat er weliswaar sprake is van voorzichtig economisch herstel, maar van ‘krachtig uit de crisis’ is volgens hem vooralsnog geen sprake. De jaarlijkse Arbeidsmarktenquête laat zien dat de helft van de arbeidsmarktprofessionals denkt dat het dieptepunt achter de rug is, terwijl een kwart verwacht dat het ergste nog moet komen. De ondervraagden zien met name heil in scholing, voortzetting van de deeltijd-WW en doorwerken tot 67 jaar.
Mobiliteitsprobleem Volgens Aart Jan de Geus, plaatsvervangend secretaris-generaal van de OESO, staat ‘een kanjer van een mobiliteitsprobleem’ vlot herstel van de Nederlandse economie in de weg. Dit probleem doet zich volgens hem voor op de terreinen onderwijs, woningmarkt, arbeidsmarkt en verkeer. Allereerst is er te weinig mobiliteit tussen schooltypen, waardoor een verkeerde schoolkeus niet of laat wordt rechtgezet. Onder meer de ontslagbescherming leidt daarnaast tot een minder soepele arbeidsmarkt. Ook de woningmarkt zit muurvast, onder meer omdat de middelentest bij sociale huurwoningen alleen rond de verhuizing wordt gemeten. In veertig procent van de gevallen is volgens De Geus sprake van ‘scheefwonen’. In het particuliere segment zorgt de overdrachtsbelasting voor een stroeve overdracht van woningen. Tot slot is er het letterlijke mobiliteitsprobleem: ondanks de beperkte afstanden staan Nederlanders met gemiddeld vijftig minuten reistijd in de Europese top.
De Geus wijst erop dat de terreinen elkaar versterken: doordat de huizenmarkt vastzit is verhuizen lastig en blijft de reistijd lang. Met zijn betoog nam De Geus een voorschot op het binnenkort te verschijnen landenrapport over Nederland van de OESO, de organisatie van samenwerkende industrielanden. De Geus stelt verder dat de crisis niet alleen financieel is, maar vooral ook consequenties heeft voor overheidsfinanciën en in sociaaleconomisch opzicht. “Werkloosheid kent een lange erfenis,” waarschuwt hij. Een in twee jaar opgebouwde werkloosheid vergt zes tot acht jaar hersteltijd.
Effecten van de crisis Aan drie deskundigen wordt gevraagd op wie de effecten van de crisis neerslaan. Jules Theeuwes (hoogleraar toegepast economisch onderzoek aan de UvA en directeur SEO) zegt dat vooral jongeren, zelfstandigen zonder personeel en allochtonen in de problemen zijn gekomen. Vooral in de traditionele mannenberoepen vallen volgens hem klappen. Gerjoke Wilmink (directeur Nibud) voegt daar laaggeschoolden aan toe. Vaak gaat het overigens om een combinatie van deze zaken. René Paas (voorzitter Divosa) noemt tot slot “de werknemer, die zijn hele leven gewerkt heeft bij die ene baas, totdat dat bedrijf failliet gaat”.
De vraag is hoe de overheid moet reageren op de toegenomen aantallen werklozen. Paas weigert een oorzakelijk verband te zien tussen crisis en extra bezuinigingen: “Bezuiniging is géén gevolg van de crisis, maar een keuze”. Volgens hem dwingt de stijgende toestroom in combinatie met krimpende budgetten gemeenten en UWV tot selectiviteit: op wie zetten we nog middelen in, en op wie niet meer? Daarbij is het volgens Theeuwes onvermijdelijk de fundamentele vraag te stellen wat het re-integratiebeleid zou moeten beogen. Is dat het aan de gang krijgen van de arbeidsmarkt, of is het de sociale agenda van activering? Dat laatste, zegt hij “is mooi, maar kost wel veel geld.”
Wat helpt dan wel? Het beste medicijn voor bemiddeling is economische groei, stelt Theeuwes. Maatregelen om groei te bevorderen zouden kunnen liggen in de sfeer van ontslagbescherming en het in overeenstemming van productie en beloning bij ouderen. Paas verwacht daarnaast veel van een regeling onderkant arbeidsmarkt, waardoor werklozen die niet zelfstandig het minimumloon verdienen, toch een kans krijgen. Meer op microniveau vindt Wilmink het verstandig scholieren alvast voor te bereiden op het nemen van eigen verantwoordelijkheid.
Krachtig uit de crisis De crisis vertaalt zich volgens SER-kroonlid Hans Kamps vooral in verdringing aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Banen op MBO-niveau 2 worden uitgevoerd door personen op niveau 3 of 4. Het gevolg is dat een startkwalificatie voor veel banen niet meer volstaat om aan de bak te komen. Tegelijk is er echter sprake van niet vervulde vacatures en daarmee van mismatch.
Om meer laaggeschoolden geplaatst te krijgen wil Kamps focussen op zowel deze banen als de banen die nog verborgen zijn. Uit nieuwe cijfers blijkt dat een derde van de werkgevers bereid is een baan te scheppen, en nog eens een derde zegt dat veel werk blijft liggen. Wel willen de werkgevers ondersteuning. In het luisteren naar, en ontzorgen van bedrijven ligt volgens Kamps meteen een belangrijke oplossingsrichting. Daarnaast wil hij meer dwarsverbanden tussen zorg, onderwijs en arbeidsbemiddeling, investeren in (transparante) scholing en niet-vrijblijvende samenwerkingsverbanden tussen en binnen gemeenten. Ook meer accent leggen op marketing is volgens Kamps van belang, bijvoorbeeld met betrekking dat het promoten van Wajongers.
Praktische oplossingen Hoe gaan werkgevers in de praktijk om met de crisis? Drie korte filmpjes geven daarvan een indruk. Bert Gijsberts (directeur Boogaart Almere) adviseert andere werkgevers vooral niet in paniek te raken en te durven blijven investeren in tijden van krapte. Daarnaast is het zaak niet op één paard te wedden. Ook voor Melek Usta (directeur Colourful People) was het zoeken naar nieuwe kansen en markten de belangrijkste strategie. Voor KLM was dit ten tijde van een grote reorganisatie geen optie. Mathi Bouts (oud-voorzitter ondernemingsraad KLM) vertelt hoe vrijwillige mobiliteit in combinatie met personeelsontwikkeling hebben bijgedragen aan het afzwakken van de personele effecten.
Beleidscafé In het beleidscafé evalueren de vertegenwoordigers van de drie RWI-geledingen de oplossingen die tijdens het congres ter sprake kwamen. Eén van de grote uitdagingen is volgens Hans de Ruiter (VNO-NCW) het aan de slag helpen van 185 duizend jongeren zonder startkwalificatie. Durven hervormen, zonder verregaande ‘institutionalisering’, ziet hij als oplossing. Bezuinigen alleen verergert volgens hem het effect van de crisis. Carolien Rietbergen (FNV) stelt dat ook CAO-afspraken een bijdrage kunnen leveren aan het aan de slag helpen van kwetsbare groepen, zoals nu gebeurt met Wajongers. Nu die groep onder de verantwoordelijkheid van gemeenten komt te vallen, vraagt ze zich wel af of die nu niet te veel op hun bordje krijgen. Myra Koomen (wethouder Enschede) is het daar niet mee eens. Het afschuiven van bijstandsklanten naar de Wajong vindt ze kwalijk, dat wordt in een nieuwe regeling tegengegaan. Bovendien heeft de WWB volgens haar bewezen dat het best met minder geld kan. Daarnaast stelt ze dat het belangrijk is om te blijven innoveren en leren van nieuwe voorbeelden.
Herman Pleij: Pragmatisme zal ons redden Nederlanders hebben een geheel eigen wijze om tegenslagen tegemoet te treden, observeert cultuurhistoricus Herman Pleij. Als historisch sterk punt noemt hij dat gevoelens van eer en schaamte de handel nooit in de weg hebben gestaan. Een spraakwaterval langs Erasmus en de VOC brengt Pleij bij de conclusie dat de historische successen sterk verbonden zijn met onopvallend handel drijven. Enig (gezichts)verlies is daarbij acceptabel, mits we daarvan kunnen profiteren. Die koopmansmentaliteit zal ons volgens hem ook in deze crisis helpen. Het alom verfoeide poldermodel vindt hij daarom aan een herwaardering toe. De zo kenmerkende wilde meningsvorming in het begin leidt tot ideeënrijkdom. Omdat de schoorsteen ook moet roken gaat dit echter nooit ten koste van een gedeelde oplossing. Die innovatie en eensgezindheid wegen ruimschoots op tegen het nadeel van stroperigheid, is de stellige overtuiging van Pleij.
Afsluiting Pieter-Jan Biesheuvel concludeert dat er weliswaar sprake is van herstel, maar dat aanpassingen nodig zijn om krachtiger uit de crisis te komen. Er is aandacht nodig voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Vanwege de crisis bleken zij degene die de klappen kregen (volgens de drie deskundigen), worden zij verdrongen (Kamps) door beter geschoolden en duurt het veel tijd voordat ze weer hersteld zijn (De Geus).
Ook wil de RWI nauw betrokken blijven in de discussies rond ouderen, Wajongers en scholing, thema’s die in het congres veelvuldig aan de orde komen. Tot slot onderstreept Biesheuvel het belang van transparante informatie en monitoring. Er is nog te veel onbekend. Ook daarin wil de RWI een rol blijven spelen.