Het kabinet wil vrouwen stimuleren meer uren te werken, ouderen stimuleren langer door te werken en laagopgeleiden stimuleren meer te gaan werken. Daartoe voert zij specifiek fiscaal beleid voor verschillende groepen op de arbeidsmarkt. De effectiviteit van dit beleid hangt af van de mate waarin deze groepen reageren op financiële prikkels. Deze Policy Brief biedt voor het eerst gedetailleerde informatie over de mate waarin verschillende groepen reageren op financiële prikkels om (meer) te werken. Daarmee krijgen we beter zicht op de doelmatigheid van het huidige stelsel. Richt het gevoerde beleid zich op de groepen die daar gevoelig voor zijn en zijn de fiscale prikkels doelmatig vormgegeven? Vooral jonge moeders en laagopgeleide alleenstaanden gaan door financiële prikkels meer werken. Verder beïnvloeden financiële prikkels vooral de keuze om wel of niet te werken en veel minder de keuze voor het aantal uren werk per week. Alleenstaande mannen en vrouwen zijn vrijwel net zo gevoelig voor financiële prikkels, terwijl mannen met een partner veel minder gevoelig zijn voor financiële prikkels dan vrouwen met een partner. Een hoger loon voor vrouwen heeft vrijwel geen effect op de arbeidsparticipatie van mannelijke partners, maar een hoger loon voor mannen leidt wel tot een daling van de arbeidsparticipatie van vrouwelijke partners. Dit betekent enerzijds dat vooral fiscale kortingen voor werkende jonge moeders en laagopgeleide alleenstaanden leiden tot een hogere deelname aan het arbeidsproces. Anderzijds zijn uitkeringen voor deze groepen een belangrijke rem op de arbeidsparticipatie. Verder is de werkloosheidsval (uitkeringen en belastingen verkleinen de opbrengst van werken) belangrijker dan de deeltijdval (marginale belastingen verkleinen de opbrengst van een dag meer werken). Financiële prikkels hebben vooral invloed op het aantal werkenden en veel minder op het aantal uren per werkende. Dit zijn belangrijke inzichten voor het beleid. Fiscale kortingen voor werkenden, zoals de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, moeten vanuit participatieoogpunt vooral worden gericht op de lagere inkomens en in mindere mate op de hogere inkomens. Dit stimuleert namelijk de groep die relatief gevoelig is voor financiële prikkels en de keuze om te werken. Bron: rapport; bewerking RWI Naar het rapport