ZOEK

Maatschappelijke organisaties en uitvoeringsinstellingen willen voortbestaan RWI

14|05|2003

Een groot aantal maatschappelijke organisaties die actief zijn op het terrein van arbeidsmarkt, werkgelegenheid en reïntegratie verzet zich tegen de dreigende opheffing van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). De organisaties hebben dit in een brief aan de bij de kabinetsformatie betrokken partijen laten weten.

De organisaties sluiten zich hiermee aan bij een eerder pleidooi voor het voortbestaan van de RWI door de Nederlandse gemeenten en werkgevers- en werknemersorganisaties.
Naast dit initiatief van de maatschappelijke organisaties dringen de voorzitters van de Raden van Bestuur van de uitvoeringsinstellingen UWV, CWI en SVB vandaag in een andere brief eveneens gezamenlijk aan op instandhouding van de RWI.

RWI-voorzitter Jan van Zijl heeft de betrokken fracties in een brief opgeroepen geen beslissing te nemen over de positie van de RWI zonder dat er overleg en evaluatie aan vooraf is gegaan. Tegelijkertijd stelt Van Zijl dat indien zijn eigen politieke achtergrond een rol speelt bij het voornemen de RWI op te heffen, hij zijn persoonlijke positie ondergeschikt acht aan die van de Raad.

Onderstaand treft u:
Bijlage 1: brief RWI-voorzitter Van Zijl
Bijlage 2: brief maatschappelijke organisaties
Bijlage 3: brief werkgevers, werknemers en gemeenten

De Raad voor Werk en Inkomen is het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en gemeenten voor de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over arbeidsmarktbeleid. De RWI streeft naar een duurzame verbinding van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt door middel van advies en subsidie.

Voor de redactie, niet voor publicatie:
De brieven van RWI-voorzitter Van Zijl, de maatschappelijke organisaties en die van de werkgevers, werknemers en gemeenten zijn bij dit persbericht opgenomen. Meer informatie kunt u verkrijgen via Roelof Janssens, hoofd Communicatie bij de RWI, telefoon: 070 789 0 708 of 06 536 11 463. Voor de brief van UWV, CWI en SVB kunt u contact opnemen met Dianne Paarhuis (UWV): 020 687 51 84, Bart Crouwers (CWI): 020 751 51 40 of Harriët Nipperus (SVB): 020 656 49 00.

Bijlage 1: brief RWI-voorzitter Van Zijl
Hierbij doe ik u in afschrift een brief toekomen van de Nederlandse gemeenten en werkgevers- en werknemersorganisaties met betrekking tot het voornemen in de kabinetsformatie om de Raad voor Werk en Inkomen op te heffen.
Een brief van soortgelijke strekking is heden door de voorzitters van de Raden van Bestuur van UWV, CWI en SVB aan uw fractievoorzitters en de bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gericht.

In aanvulling op beide brieven, stel ik er prijs op u te wijzen op het volgende. De afgelopen weken is een vertekend beeld ontstaan over de kosten die met de RWI gemoeid zijn. Van het totale RWI-budget is meer dan 90% verbonden met de subsidieregeling SVWW. Nog geen 10% van het structurele budget van 77 miljoen euro is noodzakelijk voor onze overleg- en adviestaken.

Tevens hecht ik eraan te benadrukken dat het functioneren van de Raad voor Werk en Inkomen uiteraard onderwerp van evaluatie moet zijn. Ik voel het als een verplichting verantwoording af te leggen over ons doen en laten. Tegelijkertijd vind ik dat de RWI mag verwachten dat, zo kort na instelling door de wetgever, er geen sprake is van opheffing zonder dat daar overleg en evaluatie aan vooraf is gegaan.

Ten slotte wil ik nog een persoonlijke kanttekening plaatsen bij de ontstane situatie. Op basis van berichtgeving in de media lijkt het alsof de politieke achtergrond van de – overigens onafhankelijke – voorzitter van de RWI een rol heeft gespeeld bij het voornemen tot opheffing van de RWI. Indien dit werkelijk relevant zou zijn, hetgeen ik mij nauwelijks kan voorstellen, dan wil ik graag kenbaar maken dat ik mijn persoonlijke positie ondergeschikt acht aan het voortbestaan van de Raad.

Bijlage 2: brief maatschappelijke organisaties 
Namens de (maatschappelijke) organisaties die actief zijn op het terrein van arbeidsmarkt, werkgelegenheid en reïntegratie zien wij ons genoodzaakt ons gezamenlijk tot u te wenden. De reden hiervoor is dat wij met verbazing en verontrusting kennis hebben genomen van het voornemen in de kabinetsformatie om de Raad voor Werk en Inkomen integraal op te heffen.

Wij hechten eraan met nadruk te verklaren dat onderliggende organisaties nu reeds overtuigd zijn van de maatschappelijke betekenis van de RWI. Dit ondanks het feit dat de Raad sinds zijn wettelijke oprichting per 1 januari 2002 nog maar ruim één jaar bestaat.
Voor organisaties als de onze vervult de RWI een belangrijke functie in onze relatie met de politiek. Dit geldt eveneens bij het bevorderen van samenhang tussen uitvoeringsinstrumenten in het publieke en private werkveld. Bij het opstellen van zijn beleidsvoorstellen stelt de Raad zich op een constructieve manier open voor onze praktijkervaringen. In onze ogen hebben de adviezen van de RWI daarom niets te maken met vermeende bureaucratie. Integendeel, met name het op de praktijk gebaseerde en op de praktijk gerichte karakter van zijn voorstellen, heeft ons doen concluderen dat de Raad voor onze beleidsterreinen een evidente meerwaarde heeft. Bijvoorbeeld blijkt dit bij de effectuering van landelijk vastgesteld beleid in de regionale en lokale praktijk.

Juist in de huidige sociaal-economische situatie speelt de RWI een cruciale rol ten aanzien van het beter laten functioneren van de arbeids- en reïntegratiemarkt. Naar onze overtuiging dient dat niet alleen ons, maar ook úw, en daarmee het algemeen belang. De RWI staat immers voor het aan het werk helpen én houden van mensen.
Het bijzondere feit dat in de RWI naast werkgevers en werknemers ook de gemeenten participeren, versterkt naar onze mening alleen maar dat belang.

Om bovengenoemde redenen sluiten wij ons aan bij het eerdere dringende pleidooi van de gezamenlijke Nederlandse gemeenten en werkgevers- en werknemersorganisaties. Ook wij roepen u met klem op om de Raad voor Werk en Inkomen als overleg- en adviesorgaan te handhaven.

Hoogachtend,

Drs. R. de Groot
voorzitter Raad van Bestuur Centrum voor Werk en Inkomen

Drs. J. Laurier
voorzitter Landelijke Cliëntenraad

P.J. Boekhoudt
voorzitter LORPA, Landelijk Overleg Regionale Platforms Arbeidsmarktbeleid

Mevrouw drs. C.P. Vogelaar
voorzitter BOREA, Branche-organisatie voor Reïntegratiebedrijven

C.P. Thissen
voorzitter Divosa, Vereniging van Directeuren van Overheidsorganen voor Sociale Arbeid

H. Hofstede
voorzitter Nationaal Overlegorgaan Sociale Werkvoorziening

Drs. B. Veen
voorzitter LIW, Landelijke vereniging van uitvoeringsorganen Wet Inschakeling Werkzoekenden

Prof. dr. P. Ester
directeur OSA, Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek

 

Bijlage 3: brief werkgevers, werknemers en gemeenten
Met verontrusting hebben wij kennis genomen van de aan de informatietafel levende gedachte om de op 1 januari 2002 bij wet ingestelde Raad voor Werk en Inkomen in de loop van de volgende kabinetsperiode alweer op te heffen.
Bij de totstandkoming van de Suwi-wetgeving is destijds een weloverwogen keuze gemaakt om sociale partners en gemeenten via de Raad voor Werk en Inkomen een herkenbare, onafhankelijke plaats te geven ten behoeve van overleg met de regering over het arbeidsmarkt- en reïntegratiebeleid. Een en ander hing nauw samen met het beëindigen van de bestuurlijke verantwoordelijkheid van sociale partners voor de uitvoering van de werknemersverzekeringen en arbeidsvoorziening.
De zorgvuldigheid waarmee nog slechts kort geleden tot oprichting is besloten, verdraagt zich volgens ons niet met de wijze waarop eventuele (integrale) opheffing nu aan de orde lijkt. We wijzen wat dat betreft op gangbare beginselen van behoorlijk bestuur en op gedane toezeggingen (waaronder een ongeclausuleerde budgettoekenning tot en met 2006).
Wij dringen er met klem bij u op aan om nadere besluitvorming over de positionering van de taken van de Raad voor Werk en Inkomen vooraf te laten gaan door een zorgvuldige evaluatie. Wij denken voor het moment van deze evaluatie aan medio 2005.

Met vriendelijke groet,

Mr. J.H. Schraven
werkgeversvoorzitter Stichting van de Arbeid

L.J. de Waal
werknemersvoorzitter Stichting van de Arbeid

drs. W. J. Deetman
voorzitter VNG