Volgens de Raad voor Werk en Inkomen zijn aanzienlijk meer WAO’ers en WW’ers aan het werk te krijgen dan nu het geval is. Voorwaarde hiervoor is dat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) meer van zijn mensen en middelen kan inzetten om het aantal uitkeringsgerechtigden daadwerkelijk terug te dringen. Nu wordt nog te veel capaciteit opgeslokt door de gedetailleerde uitvoeringsregels waaraan het UWV, de verstrekker van de WAO- en WW-uitkeringen, moet voldoen. De RWI adviseert minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daarom de regelgeving in de sociale zekerheid te vereenvoudigen en de aansturing van het UWV te wijzigen. Het UWV kan zich hierdoor meer gaan richten op vermindering van het aantal uitkeringsgerechtigden.
Van zijn ruim twintigduizend medewerkers zet het UWV op dit moment hooguit één op de acht in voor begeleiding van cliënten naar de arbeidsmarkt. Van een activerende werking van de sociale zekerheid komt zo onvoldoende terecht. De RWI vindt echter dat deze doelstelling de hoogste prioriteit verdient. In zijn brief aan de minister van SZW onderschrijft de RWI het grote belang van correcte en tijdige verstrekking van uitkeringen (rechtmatigheid) tegen zo laag mogelijke kosten (efficiency). Maar deze doelstellingen mogen volgens de Raad niet ten koste gaan van de doelstelling om de uitkeringsafhankelijkheid te verminderen. De RWI roept minister De Geus op het UWV meer op zijn resultaten te beoordelen. Cruciaal hiervoor is een snelle verbetering van de ICT-systemen van het UWV. Hierdoor wordt het UWV in staat gesteld verantwoording af te leggen over deze resultaten. Anders leidt sturing op resultaten vooral tot géén sturing. De Raad adviseert de minister voortaan bij de vaststelling van het UWV-budget niet alleen de kosten van de uitvoering, maar ook de baten (bespaarde uitkeringslasten) te betrekken. Verder stelt de RWI de minister voor om het UWV scherpere resultaatsnormen voor terugdringing van de uitkeringslasten op te leggen. Gelijktijdig kunnen de strikte normen voor rechtmatigheid enigszins worden verruimd. Op dit moment zijn deze normen op 99 procent gesteld. Door deze voorstellen van de RWI kan het UWV op korte termijn meer medewerkers en financiële middelen inzetten voor het begeleiden van uitkeringsgerechtigden naar werk. Een voorbeeld is dat in WAO-keuringen voortaan standaard met cliënten afspraken worden gemaakt over werkhervatting. Nu gebeurt dat nog niet of nauwelijks; de keuring richt zich vooral op het vaststellen van het recht op een uitkering.