ZOEK

Sollicitatieplicht ouderen is zinvol en sociaal

12|08|2002

Opvallend. In zijn artikel ‘Sollicitatieplicht voor ouderen is zinloos’ noemt Eric van Bruggen de sollicitatieplicht voor ouderen boven de 57,5 jaar ‘typisch een voornemen van politici die ver van de dagelijkse praktijk, in dit geval van de arbeidsmarkt, afstaan en die zich niet afvragen of datgene wat ze willen ook praktisch haalbaar is’. Opvallend, omdat de geestelijk vader van dit idee, de Raad voor Werk en Inkomen, nou net met voorstellen wil komen die écht werken: dus met plannen die mensen aan werk helpen én aan het werk houden.

Vandaar ook dat de RWI uit vertegenwoordigers van gemeenten, werkgevers en werknemers bestaat: uit mensen die juist bovenop de praktijk van de arbeidsmarkt zitten. Van Bruggen somt enkele argumenten op om zijn stelling te onderbouwen. De meeste aandacht besteedt hij aan de opvatting dat het uit maatschappelijk oogpunt beter zou zijn wanneer bedrijven – nu de jeugdwerkloosheid weer toeneemt – jonge werklozen gaan aannemen. Zuur, zo geeft Van Bruggen toe, maar de 57-plusser nadert toch het einde van zijn werkzaam leven.

Vandaar ook dat de RWI uit vertegenwoordigers van gemeenten, werkgevers en werknemers bestaat: uit mensen die juist bovenop de praktijk van de arbeidsmarkt zitten. Van Bruggen somt enkele argumenten op om zijn stelling te onderbouwen. De meeste aandacht besteedt hij aan de opvatting dat het uit maatschappelijk oogpunt beter zou zijn wanneer bedrijven – nu de jeugdwerkloosheid weer toeneemt – jonge werklozen gaan aannemen. Zuur, zo geeft Van Bruggen toe, maar de 57-plusser nadert toch het einde van zijn werkzaam leven.

Wie denkt er nu praktisch, Van Bruggen of de RWI? Eerst een belangrijke nuancering. De RWI heeft niet geadviseerd om voor ouderen boven de 57,5 zonder meer een sollicitatieplicht in te voeren, maar alléén voor degenen met recente werkervaring. Cijfers wijzen uit dat deze mensen goede kansen hebben om snel weer een baan te vinden. Tegelijkertijd is uit onderzoek naar de mate van werkhervatting binnen twaalf maanden na instroom in de WW gebleken dat personen tussen de 57,5 en 58,5 jaar ongeveer de helft slechter scoren dan personen tussen de 56,5 en de 57,5 jaar. De conclusie is duidelijk: de sollicitatieplicht werkt. Wie niet meer verplicht wordt te solliciteren, blijkt opeens veel minder snel een nieuwe baan te vinden, of helemaal geen. Door deze sollicitatieplicht nu ook voor mensen met recente werkervaring ouder dan 57,5 jaar te laten gelden, kunnen we ervoor zorgen dat er minder mensen afhankelijk worden van een uitkering. En dit is echt van groot belang voor het economische draagvlak onder ons stelsel van sociale zekerheid. Uiteraard gaat zo’n verlengde sollicitatieplicht gepaard met begeleiding en ondersteuning bij het solliciteren. En als iemand langdurig vergeefs heeft gesolliciteerd, is een verdere verplichting inderdaad zinloos en vrijstelling op haar plaats.

Terecht vraagt Van Bruggen aandacht voor de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Ook de RWI is daar alert op. Alleen, de vraag is of je de ouderen tegen de jongeren moet wegstrepen. De RWI beantwoordt deze vraag ontkennend. Voor de vitaliteit van onze economie is het belangrijk dat ouderen zo lang mogelijk blijven meedraaien op de arbeidsmarkt. In het voorstel van Van Bruggen lopen we het risico dat in versneld tempo steeds minder jongeren (zo is immers de demografische ontwikkeling) voor steeds veel meer ouderen de sociale voorzieningen moeten betalen. De consequentie daarvan is dat arbeid duur wordt, waardoor de werkgelegenheid weer daalt, óók voor jongeren. Een aloude economische wet luidt: wie kan werken en zo in zijn eigen onderhoud kan voorzien, moet dat ook doen. Oók als die ouder is dan 57,5 jaar. Daar is iedereen bij gebaat: de samenleving, de ouderen en zélfs de jongeren.


Jan van Zijl,
Voorzitter Raad voor Werk en Inkomen