ZOEK

Armoede onder werkenden kent meerdere oorzaken

09|02|2011

Meer dan de helft van de arme huishoudens heeft inkomen uit arbeid als belangrijkste inkomensbron. Ondanks dat zij werken, kunnen ze niet rondkomen van hun inkomsten. Zij worden ‘werkende armen’ genoemd. Werkend arm zijn is vaak een gevolg van een samenloop van omstandigheden en is in veel gevallen tijdelijk. Dat blijkt uit de analyse ‘Werkende armen’, die de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) vandaag publiceert.

‘Werkende armen’ zijn vaak werknemers die in deeltijd werken, vaak ook met flexibele contracten. Economische omstandigheden en veranderingen in sectoren dwingen soms tot een teruggang in uren of tot een overgang van ‘kostwinnersbanen’ naar parttime contracten. Daarnaast spelen allerlei persoonlijke omstandigheden een rol, zoals een scheiding, zorg voor kinderen of ziekte. Dergelijke omstandigheden kunnen ertoe leiden dat er in een gezin een inkomen wegvalt of er niet langer fulltime kan worden gewerkt.

Groepen waarbij veel van deze risicofactoren samenkomen lopen het grootste risico op de combinatie van werk en armoede. Een voorbeeld zijn laagopgeleide alleenstaande moeders in flexibele deeltijdbanen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

De situatie waarin mensen werkend en arm zijn, is vaak tijdelijk. Slechts een klein deel van de mensen die langdurig arm zijn, heeft een inkomen uit arbeid als belangrijkste inkomstenbron. In vergelijking met uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden hebben werkenden daardoor toch een grotere kans om uit de armoede te komen.